in de vooravond
springt de teunisbloem open
voor de nachtvlinder
hoe groter
het verdriet
is de
nabijheid
het
dichtst
geen klap gehad
en de rest
ook niet 
het is maar
een fragment 
uit de
massa

je wordt
gevormd
door
de minnen
en de plussen
het is grote
zonden
in de 
schepping
te snijden
in de wereld
is veel armoede
en gebrek aan
woningen
maar niet
bij onze
Lieve Heer
nog
niet
alles
is
niks
niet alle dagen
beklijven
niet alle teksten
beklijven
al is er maar een
woord dat beklijft
heb ik een houvast
in mijn leven
ik ken maar
twee mensen
die gestorven zijn
op Goedevrijdag
en dat zijn
GOD
en
mijn vrouw
GREET
met de
kennis
van toen
moeten wij
het vandaag
doen
ik ben bij jou
bij elke noot
die ik neurie
iedereen
heeft
zijn
eigen
ik
het aardse leven
is slechts
een springplank
naar de 
Waard
pas
als je
er voor 
een ander
bent
ben  je
er
hoe groter de
verschillen
is de
meerwaarden 
van het
leven
is het in de
hemel
aardsdonker
of
verblindend
hemelslicht
de liefde
die een 
dag duurt
en de wereld
omspant

na de dood
is er een begin
dat nooit
sterft
rimpelloos water
om de stilte te
vieren
sluit ik mijn
ogen
kijken naar 
de bloemen
luisteren
naar 
de wind
nu als een
oud baasje
toen als een
kind
nu ik geen wad
meer loop
voel ik me
maar een
droogkloot
en loop ik maar
wat
er is
nergens
niet aan
gedacht
als passant
ben ik gekomen
en na een wijl
gegaan
wat niet boven
water
is gekomen
is in de 
eeuwigheid
verdronken
als u de dood
kunt zien als 
een promotie
is het een mooie
verhoging
het is een
genot om
niets te
willen
zodat anderen
wat meer hebben
boven de
Allerbovenste
is geen
boven meer
ik wil niets in het
honderd laten
lopen
ook al ben ik
al een heel 
eind op weg
met een 
slaksnelheid
heb ik het dal
overwonnen
nu kijk ik 
op het meer
verder kijken
dan de aardse
grenzen
in de 
eindeloze
verte
als ik niets
van je hoor
geen tijding
is goede tijding
is het slecht
nieuws
mijn
bezit
is 
mijn
zijn
Ik loop
graag wad
en daarom
loop ik wat

waarom is in
Godsnaam
God in Israel
geboren
is het niet
de hoogste tijd
dat HIJ daar
 terug komt
toen de
rechtmeester
mij vrijsprak
lag ik krom   
van het
lachen
ook al zijn we
krakkemikkig
we blazen
ons partijtje
nog goed
mee
de ogen zijn
gesloten
het hart klopt
niet meer
maar nu is ze
bij de
Heer
omdat er maar een
GOD is
is HIJ enig
het leven is
als verse
sneeuw
het zal 
langzaam
ontdooien

je moet je
leven steeds
ontpellen
totdat je
zichtbaar bent
rechtmeester
ik wil liever
niets in het
honderd 
laten lopen
ook al loop
ik er al
aardig naar
toe
om
bovenaan
te komen
moet je wel
een hele lange
ladder
hebben
zonder
water
geen
leven
W A T E R
wat 
een
woord
iedereen
sterft
maar
niemand
gaat
dood
 
Westerbork

nadat de goederen wagons
zijn volgepropt
gaat de vracht
twee dagen lang oostwaarts
behalve de stank is er
van alles niets
knarsetandend
lijkt het op een
protest reis.
pas als ze op het
eindpunt zijn
aangekomen
zijn ze er 
geweest
bevrijdingsdag

door de harde wind
is op deze bevrijdingsdag
de vlag halfstok gewaaid
ik ben 
noch lief
noch slim
noch handig
maar ik doe
nog
steeds
mijn best